Als bedrijfsleider met een vennootschap heb je verschillende mogelijkheden om jezelf te verlonen. Loon en dividend zijn daarbij de bekendste opties. Maar wat is fiscaal het interessantst: jezelf meer loon uitkeren, kiezen voor dividend of beide combineren?
Daar bestaat geen standaardantwoord op. Je winst, je persoonlijke situatie en de plannen met je onderneming spelen allemaal een rol.
Loon: hoeveel betaal je jezelf uit?
Een bezoldiging als bedrijfsleider is voor de vennootschap in principe een aftrekbare kost. Als bedrijfsleider betaal je daarop personenbelasting en sociale bijdragen en bouw je sociale rechten op.
Daar staat tegenover dat een hoger loon ook een hogere fiscale en sociale kost met zich meebrengt. Meer loon betekent dus niet automatisch meer netto.
Ook voor de vennootschapsbelasting speelt je bezoldiging een rol. Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd tarief van 20% op de eerste €100.000 belastbare winst. Vanaf 2026 bedraagt de vereiste jaarlijkse bezoldiging in principe €51.000, tenzij de belastbare winst lager ligt.
Dat betekent niet dat je jezelf automatisch €51.000 loon moet uitkeren. Het bedrag is één van de voorwaarden om onder bepaalde voorwaarden van het verlaagde tarief te kunnen genieten. Je loon bepaal je dus best niet los van de winst van je vennootschap.
Dividend: winst uitkeren
Een andere mogelijkheid is om een deel van de winst als dividend uit te keren. Maar daarvoor moet er voldoende uitkeerbare winst zijn. Bij een BV spelen bovendien de solvabiliteits- en liquiditeitstest. Geld op de rekening betekent dus niet automatisch dat je het als dividend kunt uitkeren.
Ook de fiscale behandeling hangt af van het regime. Een gewoon dividend wordt in principe belast aan 30% roerende voorheffing. Voor bepaalde vennootschappen bestaan er gunstigere regimes, zoals VVPR-bis en de liquidatiereserve.
Ook in 2026 veranderde er heel wat
Sinds 1 juli 2026 bedraagt de roerende voorheffing voor bepaalde VVPR-bis-dividenden 18%, tegenover 15% voordien. Ook de regels rond liquidatiereserves werden aangepast.
Bij een liquidatiereserve die is aangelegd vanaf 1 januari 2026 en minstens 3 jaar wordt aangehouden, stijgt het tarief van 6,5% naar 9,8%. De effectieve totale druk bedraagt daardoor ongeveer 18%, inclusief de 10% anticipatieve heffing. Reserves aangelegd tot en met 31 december 2025 behouden hun oude schaal (5%/6,5%/20%, naargelang de bewaartermijn). Het hogere tarief kan daardoor pas ten vroegste in 2029 effectief worden uitgekeerd, door de wachttermijn van 3 jaar.
Het verschil wordt duidelijk bij grotere bedragen. Stel dat je €100.000 bruto als VVPR-bis-dividend kunt uitkeren. Aan het vroegere tarief van 15% bedroeg de roerende voorheffing €15.000. Aan het huidige tarief van 18% bedraagt die €18.000.
Een verschil van €3.000. De manier waarop en het moment waarop je winst uitkeert, kunnen dus een belangrijke impact hebben op wat uiteindelijk privé overblijft.
Loon of dividend? Er zijn meer mogelijkheden
Loon en dividend zijn niet de enige manieren om jezelf vanuit je vennootschap te verlonen. Ook voordelen van alle aard, een individuele pensioentoezegging (IPT) en bepaalde kostenvergoedingen kunnen deel uitmaken van je verloningspakket.
Daarnaast hoef je niet alle winst onmiddellijk uit te keren. Misschien staat er een investering gepland, wil je een financiële buffer behouden of heb je vandaag gewoon geen behoefte aan een extra uitkering.
De beste verloning bestaat dus niet noodzakelijk uit zoveel mogelijk loon of zoveel mogelijk dividend. Het gaat om de juiste combinatie van verschillende mogelijkheden.
Welke keuze past bij jouw onderneming?
Er bestaat geen vaste verhouding tussen loon en dividend die voor iedere bedrijfsleider optimaal is.
Een ondernemer die maandelijks een bepaald bedrag privé nodig heeft, bevindt zich bijvoorbeeld in een andere situatie dan iemand die de winst liever opnieuw in de onderneming investeert.
Bij het bepalen van je verloning kijk je daarom best naar het volledige plaatje: je loon, sociale bescherming, de fiscale positie van je vennootschap, beschikbare reserves, dividendmogelijkheden en toekomstige investeringen.
Niet automatisch zoveel mogelijk loon. Niet automatisch zoveel mogelijk dividend. Wel een combinatie die past bij jouw onderneming en persoonlijke situatie.
Tijdig bekijken loont
Je verloning is geen beslissing die je één keer neemt en daarna jarenlang ongemoeid laat. Je winst kan veranderen, je persoonlijke situatie kan wijzigen en ook de fiscale regels blijven evolueren.
Een regelmatige evaluatie van je loon- en dividendstrategie kan daarom interessant zijn. De beste verloning is niet noodzakelijk de hoogste uitkering, maar de combinatie die op lange termijn het beste past bij jou en je onderneming.